Voorjaarsnota 2026

Papieren schenkingen onder vuur
Het kabinet zet in de Voorjaarsnota 2026 de papieren schenking als “opmerkelijke constructie” nadrukkelijk in de schijnwerpers. Het kabinet merkt op dat papieren schenkingen tussen ouders en kinderen de grondslag voor de erfbelasting uithollen. Doordat de schenker jaarlijks rente aan de begiftigde betaalt, vloeit tijdens het leven al vermogen belastingvrij naar de kinderen. Bovendien wordt de openstaande schuld bij overlijden in mindering gebracht op de nalatenschap, zodat bij overlijden uiteindelijk minder vermogen onder het progressieve erfbelastingtarief valt. Per saldo kan er minder erfbelasting verschuldigd zijn dan zonder papieren schenking het geval zou zijn.
In de Voorjaarsnota wordt aangegeven dat het kabinet onderzoekt welke maatregelen passend kunnen zijn om dit te adresseren.
Twee concrete opties worden genoemd:
- De verplichte rente die de schenker jaarlijks moet betalen (nu – bij wetsfictie – 6% van het schuldig erkende bedrag) zou geactualiseerd kunnen worden naar een meer marktconform percentage (rond 3% wordt genoemd). Een lagere rente maakt de constructie minder aantrekkelijk, omdat dan minder vermogen kan worden overgeheveld in de vorm van rentebetalingen. Tegelijk zou het de druk op schenkers verlichten die 6% rente nu vaak als hoog ervaren.
- Fictieve verkrijging: een zwaardere ingreep die wordt overwogen, is om bij daadwerkelijke aflossing van de schuldig erkende bedragen tijdens leven of bij overlijden te doen alsof de papieren schenking niet heeft plaatsgevonden. Concreet zou dan het openstaande bedrag bij aflossing van de papieren schenking of bij overlijden van de schenker alsnog fictief belast worden met schenk- of erfbelasting (tegen progressief tarief), waarbij eventueel eerder betaalde schenkbelasting over die schenking in mindering kan worden gebracht.
Hiermee zou het belastingvoordeel van de constructie praktisch volledig worden geneutraliseerd: men kan een papieren schenking nog steeds doen, maar het haalt fiscaal weinig uit omdat het uiteindelijke bedrag toch binnen de erf- en schenkbelasting wordt betrokken alsof eerder geen schenking plaatsvond.
Of deze voorstellen wet worden, hangt af van politieke keuzes. Op Prinsjesdag 2026 ontstaat waarschijnlijk meer duidelijkheid.
Onzakelijke leningen
In de Voorjaarsnota 2026 worden de lening met onzakelijke voorwaarden en de onzakelijke lening, ook expliciet aangemerkt als een “opmerkelijke belastingconstructie” die dient te worden aangepakt.
Wanneer iemand privé geld uitleent zonder rente, of tegen een rente die te laag is in verhouding tot het gelopen risico, kan de Belastingdienst dit (deels) aanmerken als een schenking aan de schuldenaar. Dit betekent dat het voordeel dat de schuldenaar ontvangt doordat hij weinig of geen rente hoeft te betalen, fiscaal wordt gezien als een schenking. De schenkbelasting wordt in dat geval berekend op basis van de wettelijke forfaitaire rekenregels. Hierdoor kan het fiscale voordeel afwijken van het daadwerkelijke economische voordeel dat de schuldenaar geniet. De maatregel zorgt ervoor dat het belastingvoordeel van het aangaan van een onzakelijke lening wordt geneutraliseerd en dat materiële bevoordeling direct in de heffing wordt betrokken.
Deze voorgenomen maatregelen zijn nog in onderzoek en niet definitief. Het kabinet voert eerst overleg en weegt de uitvoerbaarheid en effectiviteit ervan.
Waardering van woningen in de schenkbelasting
De maatregel om woningen voor de schenkbelasting vanaf 1 januari 2027 te waarderen op marktwaarde in plaats van WOZ-waarde is niet doorgegaan vanwege uitvoerbaarheidsproblemen. De WOZ-waarde blijft voorlopig het uitgangspunt.


