Belastingplan 2027: Schenk- en Erfbelasting: rust of stilte voor de storm?

Het Belastingplan 2027 brengt voor de Schenk- en Erfbelasting vooralsnog geen wijzigingen met zich mee. Toch is het te vroeg om te concluderen dat er niets verandert.
De wetgever kijkt namelijk al enige tijd kritisch naar verschillende onderdelen van de Successiewet. Denk aan de rekenrente, levensverwachtingstabellen, papieren schenkingen, familieleningen en onderbedelingsvorderingen. Uit de eerdere onderzoeken en beleidsstukken van het kabinet blijkt dat kritisch wordt gekeken naar de manier waarop vermogen voor de schenk- en erfbelasting wordt gewaardeerd. Voor de praktijk van vermogensplanning kunnen deze onderwerpen op termijn belangrijk worden. Deze plannenzijn dus niet van tafel.
De Successiewet wordt breder bekeken
Veel regels in de Successiewet zijn gebaseerd op een rekenrente van 6% en op uitgangspunten die al langbestaan. Het kabinet onderzoekt of deze regels nog passen bij de huidige economische werkelijkheid. Een aanpassing van de forfaits kan gevolgen hebben voor meerdere instrumenten, zoals vruchtgebruik- en bloot-eigendomconstructies, onderbedelingsvorderingen, papieren schenkingen, familieleningen en periodieke uitkeringen.
Onderbedelingsvorderingen verdienen aandacht
In een klassiek langstlevende testament krijgt de langstlevende partner de beschikking over het vermogen, terwijl de kinderen een vordering krijgen op de langstlevende. De fiscale waarde van die vordering wordt mede bepaald door rente- en levensverwachtingstabellen die nu worden heroverwogen. Als de huidige rekenrente wordt aangepast, kan dat aanzienlijke gevolgen hebben voor de waardering van deze vorderingen en daarmee voor de verschuldigde erfbelasting bij overlijden van de langstlevende.
Papieren schenkingen blijven in beeld
Ook papieren schenkingen staan nadrukkelijk op de radar van het kabinet. Bij een papieren schenking ontstaat binnen familieverhoudingen meestal een schuld van de ouder aan het kind. Daardoor neemt de toekomstige nalatenschap af en kan uiteindelijk minder erfbelasting verschuldigd zijn. Het kabinet vindt dat de huidige, wettelijk voorgeschreven rente van 6% mogelijk niet meer aansluit bij de actuele economische omstandigheden.
Familieleningen
Ook de behandeling van renteloze en laagrentende familieleningen wordt onderzocht. Op grond van de huidige regels wordt een rentevoordeel vaak gewaardeerd aan de hand van een forfait van 6%. Als een marktconforme (zakelijke) rente hoger is dan het percentage afgesproken tussen familieleden, dan blijft een deel van het economische voordeel buiten de heffing van de Successiewet. Het kabinet onderzoekt daarom of in de toekomst meer moet worden aangesloten bij het werkelijke rentevoordeel.
Een concrete maatregel: einde samenloopexcessief lenen en overlijdensdividend
Het Belastingplan 2027 bevat alvast wel één concrete wijziging voor directeuren- groot aandeelhouders en hun families. Die gaat over de samenloop tussen ‘excessief lenen’ bij de eigen BVen de faciliteit van een overlijdensdividend bij een vererfd aanmerkelijk belang.
Bij overlijden kunnen aanmerkelijkbelangaandelen overgaan op de erfgenamen. In beginsel moet dan box2-belasting worden betaald. Vaak zit het vermogen vooral in de BV en is er privé onvoldoende geld om die belasting direct te voldoen. Daarom wordt in de praktijk soms dividend uitgekeerd na overlijden. Erfgenamen kunnen onder voorwaarden binnen 24 maanden na overlijden dividend ontvangen zonder directe box 2-heffing. Voorwaarde is dat de verkrijgingsprijs van de aandelen met dit dividend wordt verminderd. De belastingclaim van de Belastingdienst verdwijnt daarmee niet, maar wordt ‘doorgeschoven’ door middel van een lagere verkrijgingsprijs van de aandelen.
De faciliteit voor overlijdensdividend kan momenteel samenlopen met de regeling voor ‘excessieflenen’ bij de eigen BV. Volgens het kabinet is dat echter niet de bedoeling. De regeling voor excessief lenen is juist bedoeld om hoge schulden aan de eigen BV tegen te gaan. Dan acht het kabinet niet gepast dat via een overlijdensdividend alsnog uitstel van belastingheffing over de excessieve lening kan ontstaan. Daarom wordt voorgesteld deze samenloop met ingang van 2027 uit te sluiten. Daar staat tegenover dat als over het excessieve deel van de lening al eerder belasting is betaald, dubbele heffing wordt voorkomen.
Conclusie
Hoewel het Belastingplan 2027 voor de schenk- en erfbelasting dus nog maar één concrete wijziging aankondigt, valt niet uit te sluiten dat in de loop van het wetgevingsproces alsnog nadere gevolgen voor deze heffingen zichtbaar worden. De ervaring in recente jaren leert althans dat wetsvoorstellen bij wijze van amendement nog aanzienlijkkunnen wijzigen. Met de signalen die het kabinet eerder al over deze heffingen heeft afgegeven, zien wij alle reden om het wetgevingsproces dit najaar scherpte blijven volgen.



