Youngtimer, greentimer en de nieuwe autobelasting: dit verandert er de komende jaren

Youngtimer regeling
Bij de youngtimer regeling wordt het belastbare voordeel wegens privégebruik van de auto bepaald op 35% van de waarde in het economisch verkeer (marktwaarde) van de auto. In veel situaties is die waarde flink lager dan de oorspronkelijke cataloguswaarde die normaliter als uitgangspunt voor het bepalen van de bijtelling geldt. Dat maakt deze regeling potentieelaantrekkelijk.
Vorig jaar ontstond echter opschudding rond de youngtimer regeling omdat het kabinet de toegang sterk wilde beperken tot – kort gezegd – auto’s van minimaal 25 jaar oud.
Inmiddels lijkt het erop dat de regeling met enkele aanpassingen toch behouden blijft.
Helaas maken de jaarlijkse wijzigingen de regelgeving er niet duidelijker op. Hieronder daarom een korte stand van zaken:
Sinds 1 januari 2026 geldt de youngtimer regeling voor auto’s die meer dan 16 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen.
Vanaf 1 januari 2027 is het plan dat de regeling geldt voor auto’s die meer dan 17 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen. Voor berijders die al op 31 december 2025 een auto ter beschikking stond die 16 jaar oud wordt in 2026, geldt overgangsrecht. Dit overgangsrecht wordt nu doorgetrokken naar het jaar 2027, waarin de auto 17 jaar oud wordt. Let wel: blijft gelden dat de auto de berijder wel al per eind 2025 ter beschikking stond.
Vanaf 1 januari 2028 is het plan om de regeling alleen nog te laten gelden voor auto’s die meer dan 20 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen. Door deze leeftijdssprong kunnen auto’s tussen grofweg 17en 20 jaar oud dus ineens buiten de regeling gaan vallen. Hiervoor is (vooralsnog?!)geen nadere overgangsregeling voorzien.
Aandachtspunt bij de youngtimer: zorg ervoor dat u de waarde in het economisch verkeer onderbouwt. Als de waarde jaarlijks daalt is dat extra interessant. Bij youngtimers die in waarde stijgen dient u ook alert te zijn. Verder zien wij in de praktijk youngtimers die voor een laag bedrag worden gekocht met aansluitend een flinke opknapbeurt. Besef goed dat die opknapbeurt de waarde in het economisch verkeer doorgaans doet toenemen.
Het blijft een kwestie van rekenen om te bepalen in hoeverre het loont om een youngtimer zakelijk te rijden: met bijtelling voorprivégebruik versus privé met de mogelijkheid om zakelijke kilometers tegen€ 0,25 te declareren. Let daarbij ook op de ‘pseudo eindheffing’ als u als inhoudingsplichtige voor de loonheffingen een youngtimer ter beschikking stelt! Verderop in deze bijdrage gaan wij nog in op die heffing.
Greentimer
Zeker bij elektrische auto’s met een flinke na ongeveer vijf jaar rijden de bijtelling voor privégebruik zwaar. Doorgaans is de auto na die periode flink afgeschreven terwijl de onderhoudskosten nog redelijk beperkt blijven. Toch blijft de bijtelling voorprivégebruik doorlopen tegen de gebruikelijke percentages en gebaseerd op de cataloguswaarde. Dit zorgt ervoor dat veel van dergelijke elektrische auto’s worden verkocht, ook naar het buitenland.
Om voldoende duurzaamheid te behouden in het ‘nationale wagenpark’, stelt de overheid een zogenoemde ‘greentimer’ regeling voor. De contouren van het voorstel zijn geschetst, maar de regeling moet nog verder uitgewerkt worden. Ingangsdatum zou pas 1 januari 2029 zijn.
Voor deze regeling wordt een greentimer een volledig elektrische auto die 5 tot 8 jaar voordien voor het eerst in gebruik is genomen. De bijtelling van een greentimer zal gedurende die periode van maximaal 3 jaar, volgens plan worden bepaald op 14% van de oorspronkelijke cataloguswaarde.
De gedachte is dat kwalificerende greentimers de regeling kunnen instromen gedurende de jaren 2029 t/m 2032. Omdat de greentimers maximaal 3 jaar van de lage bijtelling gebruik kunnen maken, loopt de regeling dan praktisch uiterlijk t/m 2035.
Wij lezen in dit plan een sympathiek voorstel. In de praktijk blijft het ook hier een kwestie van rekenen om te beoordelen of deze lagere bijtelling aantrekkelijk genoeg is om de auto zakelijk te blijven rijden.
Pseudo eindheffing fossiele personenauto’s
De voorstellen voor de youngtimer en de greentimer bieden positief nieuws voor de zakelijke rijder. Daartegenover staat de vastlegging van de eerder aangekondigde ‘pseudo eindheffing’ voor werkgevers die fossiele personenauto’s (dus mét CO2-uitstoot) ter beschikking stellen aan werknemers voor woon-werkverkeer en privéritten.
Deze eindheffing treedt in werking met ingang van 1 januari2027 en vormt een extra jaarlijkse werkgeverslast van 12% van de cataloguswaarde van de fossiele personenauto. Enkel wanneer de fossiele personenauto meer dan 25 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, magje uitgaan van de waarde in het economisch verkeer (marktwaarde) van de auto.
De pseudo eindheffing staat los van eventuele bijtelling wegens privégebruik van de auto door de werknemer. Reeds vanaf de allereerste kilometerwoon-werkverkeer of privégebruik komt de eindheffing voor de werkgever aan de orde!
De keuze van de wetgever voor een ‘eindheffing’ ten laste van de werkgever, betekent dat deze regeling niet geldt voor de IB-ondernemer zonder personeel. Ook geldt de regeling niet voor kwalificerende bestelauto’s. Verder gelden er enkele specifieke uitzonderingen die wij hier niet nader uitwerken.
Voor fossiele personenauto’s die vóór 1 januari 2027 door de werkgever aan werknemers ter beschikking worden gesteld, gaat een overgangsregeling gelden t/m 31 december 2030. In de praktijk zullen werknemers weleens van werkgever wisselen terwijl zij dezelfde auto blijven berijden.
Wees alert op dergelijke wisselingen want het overgangsrecht gaat verloren zodra een werknemer de fossiele personenauto gaat rijden bij een werkgever met een ander loonheffingennummer! Het komt regelmatig voor dat een werknemer overstapt naar een nieuwe werkgever met medeneming van zijn of haar bestaande leasecontract. Vanaf 2027 gaat zo’n overstap bij leasecontracten voor fossiele personenauto’s tot eindheffing leiden voor de nieuwe werkgever. Overigens zijn er bij fusies en overnames wel bepaalde tegemoetkomingen om het overgangsrecht te kunnen behouden. Die werken wij hier niet nader uit.
Deze maatregel dwingt werkgevers in de praktijk om fossieleauto’s uit te faseren. Voor de “petrolhead” is haast geboden, als je dit jaarnog een nieuwe fossiele personenauto wil rijden met maximale benutting van hetovergangsrecht.



