Ruim baan voor de koepelvrijstelling omzetbelasting

Op 22 januari 2026 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘HvJ’) zich uitgesproken over een vraagstuk binnen de omzetbelasting: de reikwijdte van de koepelvrijstelling voor samenwerkende kwalificerende organisaties.
De zaak voor het HvJ betrof een Spaans samenwerkingsverband dat schoonmaakdiensten verleent aan leden in de zorg- en onderwijssector. Vanwege de Europese btw-richtlijn heeft de uitspraak ook direct belang voor in Nederland samenwerkende koepelorganisaties. Het HvJ bevestigt namelijk dat de koepelvrijstelling niet mag worden uitgehold door nationale voorwaarden die het doel van de regeling frustreren. Omdat de koepelvrijstelling juist bedoeld is om samenwerking tussen instellingen van algemeen belang te stimuleren, passen nationale hindernissen in de vorm van onnodige kosten en/of onmogelijke voorwaarden niet binnen het doel van de regeling.
Het HvJ maakt duidelijk dat diensten van de koepel, die direct nodig zijn voor de btw-vrijgestelde activiteit van de leden van het samenwerkingsverband, onder de werking van de koepelvrijstelling vallen. Daarvoor is niet vereist dat deze diensten vanwege hun algemene aard uitsluitend aan een btw-vrijgestelde of onbelaste activiteit zijn verbonden. Anders dan de Spaanse belastingdienst bij het HvJ betoogt, kan uit de btw-richtlijn niet worden afgeleid dat het benodigde ‘directe verband’ ook impliceert dat deze diensten onontbeerlijk moeten zijn. De uitspraak brengt de begrippen ‘direct verband’, ‘noodzakelijk’ en ‘onontbeerlijk’ helder in beeld en leidt tot een afwijzing van het standpunt van de Spaanse belastingdienst.
Om misbruik te bestrijden mogen lidstaten wel voorwaardenstellen bij toepassing van de koepelvrijstelling. Het Nederlandse beleid stelt eveneens voorwaarden, waardoor bepaalde administratieve of ICT‑diensten van de vrijstelling zijn uitgesloten. Zulke voorwaarden mogen echter niet uitmonden ineen beperking die het doel van de regeling aantast. Het stellen van voorwaarden mag dus niet op een manier die de inhoud of strekking van deze btw-vrijstelling verandert. En al helemaal niet louter op een algemeen en wettelijk onweerlegbaar vermoeden van concurrentieverstoring. Zo mag de vrijstelling niet worden geweigerd alleen omdat een dienst ook door niet‑leden kan worden afgenomen.
In Nederlandse rechtspraak tekende zich al een lijn af waarin rechters twijfels uitten bij de generieke uitsluiting van bepaalde diensten in het uitvoeringsbeleid. Het oordeel van de Hoge Raad is nog niet bekend, maar het HvJ‑arrest biedt nu extra duidelijkheid en maakt het aannemelijk dat de Hoge Raad in dezelfde richting zal oordelen voor de Nederlandse praktijk. Er lijkt met deze uitspraak meer ruimte voor toepassing van de koepelvrijstelling, zoals binnen een samenwerkingsverband georganiseerde ICT-diensten, vastgoedbeheer, administratieve diensten of het uitlenen van personeel.
Conclusie
Het HvJ-arrest onderstreept dat de koepelvrijstelling ruim toepasbaar moet blijven. De huidige beleidsregels waarin specifieke diensten categorisch buiten de vrijstelling worden geplaatst, sluiten niet langer aan bij de btw‑richtlijn. Het toepassen van de koepelvrijstelling biedt samenwerkende btw-vrijgestelde of onbelaste organisaties gebruikelijk opening tot lagere kosten vanwege minder btw-druk op centraal georganiseerde noodzakelijke ondersteuning.
De uitspraak brengt een welkome boodschap voor de Nederlandse praktijk. Reeds samenwerkende zorg- en onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties doen er goed aan te bezien of nu aanvullende btw-besparing mogelijk is op voorheen categorisch uitgezonderde diensten. Voor organisaties die op het punt staan een samenwerking aan te gaan en kosten willen besparen, blijft het zaak het directe verband te toetsen met hun eigen vrijgestelde prestaties en de reële concurrentieverstoring die daarmee gepaard gaat.
De uitspraak van HvJ vraagt van de Nederlandse Belastingdienst voortaan een ruimhartiger uitleg van de koepelvrijstelling; mét oog voor de argumenten van het samenwerkingsverband, ook wanneer enige impact op mededinging bestaat. Ons nationale beleid zal in zoverre moeten worden aangepast. De daarin genoemde categorische uitzonderingen zijn niet meer in overeenstemming met de btw-richtlijn.
Wilt u weten of de koepelvrijstelling toepasbaar is voor de (beoogde) samenwerking van uw organisatie? Of welke nieuwe mogelijkheden deze jurisprudentie biedt? Bij vragen kunt u uiteraard bij ons terecht voor overleg of passend advies. Neem gerust contact met ons op.



