Box 3: na Prinsjesdag nog geen definitieve koers voor heffing op vermogen

Box 3: na Prinsjesdag nog geen definitieve koers voor heffing op vermogen
Wie op Prinsjesdag 2026 rekende op een definitieve koers voor box 3, had het mis. Het kabinet presenteerde geen besluit, maar schetste vier mogelijke routes naar een nieuw stelsel van belastingheffing over vermogen.
De achtergrond is velen wel bekend. Sinds het veel besproken Kerstarrest uit 2021 en de daarop volgende arresten van de Hoge Raad is duidelijk dat de belastingheffing in box 3 beter moet aansluiten bij het werkelijk behaalde rendement.
Begin dit jaar keurde de Tweede kamer het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 goed. Dit wetsvoorstel zou de oplossing moeten zijn om het behaalde rendement ‘eerlijker’ te belasten, met als geplande ingangsdatum 1 januari 2028. Maar over de inhoud van dit wetsvoorstel bestaat nog altijd veel discussie. Met name de vermogensaanwasbelasting, waarbij ook niet-gerealiseerde waardestijgingen jaarlijks kunnen worden belast, blijft een gevoelig onderwerp.
In een brief aan de Tweede Kamer van 13 september 2026 brengt het kabinet daarom vier scenario's voor box 3 in kaart. Het gaat om de volgende scenario’s:
1. Doorvoeren van enkele verbeteringen binnen het huidige wetsvoorstel. Ingangsdatum per 2028 en inzet op een vermogensaanwasbelasting blijft behouden;
2. Invoering van de Wet werkelijk rendement met ingang van 2028, gevolgd door een volledige vermogenswinstbelasting vanaf 2030;
3. Intrekking van het wetsvoorstel, voortzetting van het actuele stelsel met tegenbewijsregeling en pas vanaf 2030 een vermogenswinstbelasting;
4. Al vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting voor vrijwel alle financiële beleggingen, met verdere uitbreiding in 2030.
Het valt natuurlijk op dat het kabinet geen definitieve keuze maakt. De Eerste Kamer wordt zelfs gevraagd de behandeling van het wetsvoorstel voorlopig aan te houden. Daarmee schuift de politieke besluitvorming over box 3 opnieuw op.
Conclusie
De belangrijkste boodschap is misschien wel dat de knoop over box 3 nog niet is doorgehakt. Het kabinet houdt vast aan het streven naar belastingheffing op werkelijk rendement, maar onderzoekt nog welke vorm uiteindelijk het grootste draagvlak heeft én ook technisch haalbaar is. Voor belastingplichtigen duurtonzekerheid voort en blijft de impact onduidelijk van belastingheffing op belegd vermogen en bezit.
Aan scenario’s daarvoor geen gebrek, wel nog aan een keuze.




