Lager DGA-loon bij verliessituatie en liquiditeitsnood

Uit een recente Hofuitspraak volgt dat voor het vaststellen van een lager gebruikelijk loon niet alleen beoordeeld moet worden of er voldoende liquiditeiten aanwezig zijn om de loonheffing af te dragen. Deze stelling van de Belastingdienst bleef niet overeind. Investeringen in voorraden en bedrijfsmiddelen en de toekomstperspectief van de onderneming zijn uitdrukkelijk óók van belang bij het bepalen van een gebruikelijk loon.
Deze uitspraak geeft een directeur-grootaandeelhouder (DGA) meer ruimte om bij verliessituaties een lager gebruikelijk loon vast te stellen dan de zienswijze van de Belastingdienst toestaat.
In dit artikel lees je meer over het gebruikelijk loon en het vaststellen van een lager gebruikelijk loon bij verliessituaties naar aanleiding van deze Hofuitspraak.
Het gebruikelijk loon
De DGA is verplicht om voor zijn arbeid verricht in ‘de B.V.’ een gebruikelijk loon in aanmerking te nemen. Zijn (voltijds) loon moet minimaal worden vastgesteld op het hoogste van de drie volgende bedragen:
- het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
- het loon van de meest verdienende werknemer van de onderneming of een verbonden onderneming;
- € 58.000
Als het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan € 58.000, dan kan de DGA voor het lagere loon kiezen, mits hij dat aannemelijk maakt.
Vaststellen van het gebruikelijk loon
In de Hofuitspraak werd het gebruikelijk loon van de DGA vastgesteld op € 25.000. Dat zou het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking zijn. De Belastingdienst en de DGA waren het hier met elkaar over eens.
Lager gebruikelijk loon vanwege verliessituatie
Ook is het mogelijk om in het geval van een structurele verliessituatie een nog lager gebruikelijk loon vast te stellen. Dit kan als de betaling van het gebruikelijk loon de continuïteit van de onderneming in gevaar brengt.
Volgens beleid van de Belastingdienst kan het gebruikelijk loon in ieder geval niet lager vastgesteld worden als de onderneming:
- incidenteel verlies lijdt;
- de rekeningen nog steeds kan betalen;
- de rekeningen niet kan betalen als gevolg van een oplopende rekeningcourantschuld, uitgekeerd dividend of andere onttrekkingen.
Een onderneming in financiële moeilijkheden
In deze uitspraak gaat het slecht met de onderneming van de DGA. In 2022 wordt een verlies geleden en heeft de onderneming ‘slechts’ € 12.721 aan liquide middelen. De onderneming van de DGA handelt in sloopgoud en exploiteert een juwelierswinkel. Veel van het vermogen van de onderneming is nodig voor voorraad en bedrijfsmiddelen.
De DGA is van mening dat helemaal geen gebruikelijk loon uitgekeerd kan worden. Uitkeren van loon zou de continuïteit van de onderneming direct in gevaar brengen.
De Belastingdienst is daarentegen van mening dat het eerder vastgestelde gebruikelijk loon van € 25.000 wel uitgekeerd kan worden. Volgens de Belastingdienst was er in 2022 nog geen sprake van een structurele verliessituatie en was er voldoende liquiditeit aanwezig om de verschuldigde loonheffing te betalen.
Oordeel van het Hof
Het Hof volgt de uitspraak van de rechtbank en stelt het gebruikelijk loon vast op € 7.500. Het Hof neemt in aanmerking dat:
- de DGA vóór 2022 alleen geringe winst heeft geboekt doordat er geen (gebruikelijk) loon is uitbetaald;
- de DGA geen liquide middelen van de onderneming heeft onttrokken;
- het eigen vermogen van de onderneming nodig was om continuïteit en groei mogelijk te maken, bijvoorbeeld voor voorraadinkoop en investeringen in bedrijfsmiddelen;
- er dus niet genoeg liquiditeit was om het loon van € 25.000 te betalen, waardoor de continuïteit van de vennootschap in gevaar kwam. De DGA zou bedrijfsmiddelen of voorraden moeten verkopen.
Het feit dat in 2022 nog geen sprake was van een structurele verliessituatie doet daar niets aan af, volgens het Hof. Het Hof voegt ook nog toe dat het uitsluitend beoordelen van voldoende liquiditeiten om loonheffing te betalen, zoals de Inspecteur stelt, is niet in lijn met de wetshistorie.
Deze uitspraak geeft DGA's naar onze mening meer ruimte om bij verliessituaties een lager gebruikelijk loon vast te stellen dan de zienswijze van de Belastingdienst toestaat.


