Box 3 in beweging: stand van zaken en vooruitblik

Huidig box3-stelsel
Op dit moment wordt het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) belast op basis van een forfaitair rendement. Hierbij hanteert de Belastingdienst verschillende rendementspercentages voor spaargeld, overige bezittingen en schulden.
Uit de arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2024 volgt echter dat de belastingheffing in box 3 moet worden gebaseerd op het daadwerkelijke rendement indien dit lager is dan het forfaitaire rendement. Wanneer uw werkelijk behaalde rendement op uw vermogen lager is dan het door de Belastingdienst vastgestelde forfaitaire rendement kunt u de Belastingdienst verzoeken om op basis van uw lagere werkelijke rendement belasting te heffen. Vanaf het aangiftejaar 2025 wordt de keuze tussen het forfaitaire rendement en het werkelijke rendement bij de aangifte inkomstenbelasting gemaakt. Voor eerdere jaren kan dit via het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement. Let op: dit is alleen mogelijk als u hierover bericht heeft ontvangen van de Belastingdienst en de termijnen nog niet zijn verstreken.
Nieuw box3-stelsel
Op 12 februari 2026 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen. Sindsdien ligt het wetsvoorstel ter behandeling bij de Eerste Kamer. De beoogde invoeringsdatum van dit nieuwe stelsel is 1 januari 2028.
Het nieuwe stelsel gaat uit van belastingheffing over het werkelijk rendement. Daarbij wordt in beginsel aangesloten bij een zogenoemde vermogensaanwasbelasting. Dit houdt in dat jaarlijks belasting wordt geheven over directe inkomsten uit vermogen (zoals rente, dividend en huur) en de jaarlijkse waardeontwikkeling van uw vermogen, ook als deze nog niet is gerealiseerd.
Dit betekent dat bezittingen en schulden jaarlijks moeten worden gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer.
Voor minder liquide vermogensbestanddelen, zoals onroerende zaken en aandelen in startups en scale-ups, geldt een uitzondering. Voor deze vermogensbestanddelen wordt de waardestijging pas belast bij realisatie (bijvoorbeeld bij verkoop). Hiermee wordt voorkomen dat belasting moet worden betaald over “papieren” rendement zonder dat daar liquiditeiten tegenover staan.
Wetgeving nog niet definitief
Hoewel het wetsvoorstel door de Tweede Kamer is aangenomen, is het nog niet definitief. De Eerste Kamer moet het voorstel nog goedkeuren. Daarnaast is er vanuit de politiek kritiek op onderdelen van het huidige wetsvoorstel. Het kabinet onderzoekt daarom verschillende mogelijkheden om het wetsvoorstel te verbeteren. Daarbij wordt onder andere gekeken naar één jaar achterwaartse verliesverrekening, doorschuiffaciliteiten bij huwelijk en echtscheiding en een ruimere definitie van startups en scale-ups. Op Prinsjesdag komt het kabinet met een voorstel voor aanpassingen in het wetsvoorstel.
Langere termijn
In het coalitieakkoord is opgenomen dat het kabinet op termijn wil toewerken naar een vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen. Bij een vermogenswinstbelasting worden waardestijgingen in beginsel pas belast bij realisatie. Het kabinet heeft aangegeven hiervoor meer tijd nodig te hebben en zal de Tweede Kamer hierover nader informeren.
Tot slot
Box 3 blijft volop in beweging. In de huidige situatie wordt uw vermogen belast op basis van een forfaitair rendement, tenzij u aannemelijk kunt maken dat uw werkelijk rendement lager is. Naar verwachting wordt per 1 januari 2028 een nieuw stelsel ingevoerd, gebaseerd op het werkelijke rendement.
Het beoogde nieuwe stelsel is complexer en vraagt in veel gevallen om een meer uitgebreide administratie en jaarlijkse waardering van vermogen. Daarnaast is de wetgeving nog niet definitief en kunnen er nog wijzigingen volgen. Het is daarom raadzaam om tijdig in kaart te brengen wat de huidige regels en de toekomstige wijzigingen voor uw situatie betekenen. Heeft u vragen over de mogelijke impact voor uw situatie? Neem gerust contact met ons op. Wij helpen u graag verder.



