Verbetermogelijkheden ANBI-regelgeving: focus op toezicht en besteding vermogen

Op 1 juni 2026 heeft de staatssecretaris van Financiën de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van eerder aangekondigde verbeteringen van de ANBI-regeling. De focus ligt op het voorkomen van oneigenlijk gebruik, zonder extra regeldruk voor erkende Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s). De voorgestelde maatregelen hebben met name betrekking op toezicht, dataverzameling en de waarborg dat ANBI‑vermogen daadwerkelijk aan het algemeen nut wordt besteed.
Versterking toezicht en dataverzameling
Een belangrijk speerpunt is de verdere professionalisering van het toezicht op ANBI’s, onder meer via een tactisch handhavingsplan en de ontwikkeling van een digitaal ANBI‑portaal. Dit portaal moet leiden tot betere dataverzameling, meer inzicht in bestedingen en efficiëntere controle door de Belastingdienst. De huidige verwachting is dat het ANBI-portaal omstreeks 2030 volledig functioneel is.
Geen fundamentele wijziging giftenregime
De introductie van een alternatief voor de met ingang van 2025 afgeschafte regeling ‘geven uit de vennootschap’, acht de staatssecretaris (nog) niet opportuun. Vanwege uitvoeringscomplexiteit en administratieve lasten, wordt geen verdere studie gemaakt van een te introduceren ‘geef subsidie’. Het fiscale giftenregime en de mogelijkheden tot aftrek in zowel inkomsten- als vennootschapsbelasting blijven daarmee ongemoeid in stand.
Meer aandacht voor samenwerking en regeldruk
Om administratieve lasten voor ANBI’s te beperken en toezicht te verbeteren, wil de staatssecretaris het gebruik van zogenoemde ‘groepsbeschikkingen’ stimuleren. Om toezicht ook proportioneel vorm te geven, blijft samenwerking met de filantropische sector een belangrijk instrument.
Steun aan (internationale) activiteiten van derden zonder ANBI-erkenning
Binnen de geldende ANBI-criteria hebben ANBI’s maar beperkte ruimte om steun te bieden aan (projecten van andere, veelal buitenlandse) organisaties zonder ANBI-erkenning. Met name ANBI’s werkzaam in internationale projecten, partnerschappen en netwerkstructuren, moeten aannemelijk kunnen blijven maken dat de besteding van hun bijdrage wordt ingezet in lijn met de eigen algemeen nuttige doelstelling.
Daarbij wordt van ANBI’s dus uitdrukkelijk méér verlangd dan louter het overboeken van geld naar een buitenlandse (partner)organisatie. De toezegging van de staatssecretaris komt de rechtspositie van veel ANBI’s tegemoet. Duidelijk maakt deze ook dat ANBI’s de interne controle op projecten beter goed inrichten. De Belastingdienst beziet nog in welke mate aan de praktijk nadere handvatten kunnen worden geboden.
Nieuwe focus op voormalige ANBI’s
Voor voormalige ANBI’s (instellingen die hun ANBI-erkenning - al dan niet vrijwillig - hebben verloren) wordt de introductie van een zogenoemde ‘bestedingsverplichting’ onderzocht. Vanwege de mogelijke impact voor de sector, zien we uit naar meer duidelijkheid.
Met een beoogde introductiedatum van 1 januari 2029, zou voor ex-ANBI’s moeten gaan gelden dat resterend ‘ANBI-vermogen’ binnen twee jaar ook feitelijk wordt besteed aan algemeen nuttige doelen. Het alternatief van een ‘eindheffing’ voor ex-ANBI’s wordt technisch te complex geacht. Over het alternatief van de introductie van een algemene (vennootschaps-)belastingplicht voor stichtingen en verenigingen, verwacht de staatssecretaris de Tweede Kamer nog voor de zomer te informeren.
Governance en overige onderzoeken
Voor de borging van het ‘beschikkingsmachtcriterium’ worden aan de structuur van bestuur en/of toezicht binnen ANBI’s vooralsnog geen aanvullende wettelijke eisen gesteld. Ook een minimaal aantal van drie bestuursleden wordt niet geïntroduceerd. Dit voorkomt extra regeldruk voor de sector.
Dit neemt niet weg dat familieverhoudingen van bloed-, aanverwanten en partners binnen bestuur en/of toezicht praktisch aanleiding kunnen blijven tot onderzoek vanuit de Belastingdienst. Naar de meer specifieke situatie van zogenoemde
‘NSW-landgoederen’ in een ANBI met blijvend particulier gebruik, vindt aanvullend onderzoek plaats waarvan resultaten worden verwacht in de tweede helft van 2026.
Conclusie en aandachtspunten voor depraktijk
De beleidslijn die de staatssecretaris formuleert laat een duidelijke koers zien: strenger en datagedreven toezicht, meer nadruk op besteding aan het algemeen nut en voorkoming van oneigenlijk gebruik van de ANBI-status.
Voor de praktijk achten wij daarbij voor ANBI-instellingen met name de voorbereiding op digitalisering relevant, alsmede de onderbouwing van bestedingen. Bij samenwerkingen en partnerschappen met andere organisaties, kunnen instellingen er verstandig aan doen deze vanuit ANBI-optiek opnieuw te bezien. Ging de ANBI-erkenning verloren of overweegt een instelling deze status vrijwillig op te geven, dan kan alertheid en/of timing geboden zijn.
Bij vragen of passend advies over de fiscale status van uw (voormalig) ANBI-erkende stichting of vereniging kunt u bij Blömer terecht. Neem daartoe gerust en vrijblijvend contact op.



